Met mijn interviews onderzoek ik wat obsoletie nou echt betekent voor de dagelijkse praktijk. Obsoletie betekent veroudering van menselijk kapitaal. Zoals machines kunnen verouderen, zo kan dit ook gebeuren met de vermogens van mensen.

Er zijn een aantal verschillende vormen van obsoletie:

  • Technische obsoletie: fysieke en geestelijke slijtage en vermogens die je kwijtraakt als je ze niet gebruikt. Slijtage is een onomkeerbaar proces maar wordt versneld door overbelasting.
  • Economische obsoletie: je kennis en vaardigheden verouderen of raken raken overbodig. Maar ook functies en banen die verdwijnen door technologische ontwikkelingen.
  • Perspectivische obsoletie: je opvattingen ten aanzien van de ontwikkelingen in je werk raken verouderd. Mensen vinden je ouderwets en nemen je daardoor niet serieus. Vaak verlaten deze mensen teleurgesteld de arbeidsmarkt.

In deze podcast interview ik Tom Luken. Tom heeft als arbeids- en organisatie psycholoog een groot deel van zijn leven besteed aan het onderwerp loopbaanontwikkeling. Zijn langdurige zoektocht bracht hem bij vragen als: Hoe maken mensen eigenlijk keuzen? Wat kan daarbij mis gaan? Hoe kan het beter/makkelijker? Tom deelt hierover zijn kennis en ervaring met ons.

Hij vertelt ook over zijn ervaring op het gebied van obsoletie. Een term die hij al gebruikte in de jaren 80, maar die hem toen niet in dank werd afgenomen.

“Het is belangrijk dat leerlingen leren te exploreren. Dat ze leren te verkennen en juist leren om zich niet vast te klampen aan een keuze. En docenten of keuzebegeleiders moeten die exploratie aanmoedigen en meer kritische vragen stellen op de gemaakte keuzes.” -vertelt Tom.

Veel plezier met het luisteren naar de podcast. Hieronder kun je het interview ook lezen.

Interview Tom Luken

ANGELA:  Welkom Tom. Wat leuk dat je mee wilt werken aan mijn interview over obsoletie. Kun je wat meer over jezelf vertellen? 

TOM:  Mijn naam is Tom Luken en ik ben arbeids- en organisatie psycholoog. En lang geleden, dat is in 1979, toen ben ik begonnen als psycholoog op het gebied van beroepskeuzebegeleiding. En sindsdien ben ik eigenlijk erg geïnteresseerd geweest in hoe mensen keuzes maken en wat er mis mee kan gaan allemaal. Hoe keuzes zich ook aaneenrijgen tot loopbanen en hoe goed dat soms kan gaan, hoe mensen zich ontwikkelen en opbloeien. Maar ook hoe verkeerd dat kan aflopen in een aantal gevallen. Dat mensen ziek worden en helemaal geen plezier hebben in hun bestaan. Dus dat is een hele wezenlijke vraag: hoe zorg je er nou voor dat dit beter gaat. Dat het zich goed ontwikkelt. 

Dus ja, met die vraag ben ik eigenlijk op allerlei manieren bezig geweest door onderzoek te doen, zo’n beetje tussen wetenschap en praktijk in. Vanuit mijn eigen onderzoek- en adviesbureau. En al doende heb ik daarbij ook een aantal banen gehad als docent voor loopbaanadviseurs, maar ook als lector Career and Development en lector Learning and Development. Ik heb ook bij de vakbond gewerkt, CNV, als loopbaanspecialist. En nu ben ik in een fase dat ik grotendeels met pensioen ben. Nog niet helemaal, maar de afgelopen jaren heb ik de meeste van mijn werkzaamheden afgebouwd. En leuk om wel op dit soort manieren toch nog bij het werk betrokken te zijn. Dus leuk om uitgenodigd te zijn voor dit gesprek. 

ANGELA:   En op die manier ook nog wat voor het vakgebied, jouw vakgebied, te kunnen betekenen. 

TOM:  Ja, ik heb het idee dat ik een heleboel geleerd heb in die afgelopen jaren en dat ik in een aantal opzichten een scherp beeld heb van hoe dat soort dingen verlopen. Dus daar praat ik altijd graag over ja. 

ANGELA: En kun je een aantal dingen met ons delen? Zoals het onderwerp obsoletie waar het interview dan over gaat. Wat heb jij daarin gezien de afgelopen jaren? 

TOM:  Ik ben het met jou eens, dat het een groot probleem is dat mensen obsoleet raken. Wat jij ook signaleert dat je economische obsoletie hebt door de enorme snelle en radicale ontwikkelingen op de arbeidsmarkt en in de wereld en in de wetenschap, in de techniek. Er gebeurt zoveel om ons heen. In de meeste beroepen raak je dan inderdaad noodgedwongen op een gegeven moment al snel obsoleet. Je kunt niet meer meekomen en je wordt daar zelf heel ongelukkig van, je baas wordt er ongelukkig van. Want die gaat geld verliezen met jou. Op een gegeven moment riskeer je ziek te worden, wat voor jezelf heel vervelend is, maar ook als je een gezin hebt, voor je gezin. En natuurlijk ook erg voor de samenleving die allerlei kosten moet dragen op het gebied van ziekte, herstel en arbeidsongeschiktheid. Dus ja, het is heel erg belangrijk om te voorkomen dat dat gebeurt voor alle partijen. Jezelf, je werkgever en de maatschappij. Dus dat heb ik vaak om me heen gezien. Het wezenlijke van dat probleem.

ANGELA:  En je vertelde eerder dat jij al een hele tijd geleden bekend raakte met de term obsoletie. maar dat deze term toen nog helemaal niet geaccepteerd werd door de omgeving. 

TOM:  Dat klopt ja. Ik ben al heel lang geleden daarbij betrokken geraakt. Ik geloof in de jaren 80 was dat al, dat ik onderzoek deed naar arbeidsongeschiktheid. Ik werkte toen bij het beroepskeuzebureau NIB en we werkten samen met de GMD, zoals dat toen heette. Dat was de instantie die arbeidsongeschikten keurde. En het was ook in de tijd van Lubbers die constateerde dat onze samenleving ziek was. En dat kwam omdat het aantal arbeidsongeschikten toen enorm de pan uit rees. Op een gegeven moment waren er zo’n miljoen mensen arbeidsongeschikt. Dus dat was in de eerste fase al dat obsoletie een groot probleem werd. Alleen dat woord was toen nog niet gebruikelijk. Dat was alleen gebruikelijk, voor zover ik me kan herinneren, in de techniek. Ik herinner me dat ik dat woord ook wel eens gebruikte en dat mensen daar wat geschokt op reageerden. Het gaat hier wel om mensen, die kunnen toch niet obsoleet raken? En in zekere zin hebben ze natuurlijk gelijk. Het is een beetje een rare vergelijking, machine en mens. Maar van de andere kant is het natuurlijk wel een feit, dat bepaalde aspecten van mensen zoals bepaalde vaardigheden en bepaalde competenties, dat die obsoleet raakten. Maar inderdaad, toen was ik er al mee bezig ja. 

ANGELA: En je zegt ook dat jij toen al een verband zag tussen obsoleet raken en ziekteverzuim. Kun je daar meer over vertellen?

TOM:  Wat je ziet is dat mensen op een gegeven moment niet meer mee kunnen in hun werk en in die tijd was dat nog vaak fysiek, maar ook in die tijd groeide het aantal mensen al waarbij dat psychisch was. Het aantal mensen met psychische klachten werd wel een steeds grotere groep. Nu is ook erkend dat zelfs bij die mensen met fysieke klachten, dat het psychische vaak ook daar een hoofdrol bij speelt. Denk bijvoorbeeld aan bloeddrukklachten, dat heeft vaak een bijoorzaak van het psychische. Of denk aan hartziektes, denk aan schouderklachten. Dat heeft ook vaak met spanningen te maken. Het psychische gedeelte is toch een heel erg grote factor die verantwoordelijk is voor misschien wel 500.000 arbeidsongeschikten. Ook nu nog.

En vaak draait het om het niet happy zijn in het werk, niet tegen bepaalde taken kunnen, taken die je boven het hoofd groeien. Vanwege psychische oorzaken een enorme geldingsdrang hebben bijvoorbeeld. Je wilt je bewijzen. Niet voldoende assertief zijn en daardoor nooit nee kunnen zeggen tegen je baas. Het zijn allemaal psychische deelaspecten die ervoor zorgen dat je op een gegeven moment inderdaad niet meer mee kan, ongelukkig wordt, gespannen raakt en uiteindelijk uitvalt. Dat is een hele grote groep. Het is een iets kleinere groep waarbij ook een andere psychische factor een rol speelt. Dat is dan het omgekeerde een beetje, bore out wordt het wel eens genoemd. Dat het werk eigenlijk onvoldoende uitdaging biedt. Dat je je gaat vervelen in je werk. Maar in alle gevallen zou je kunnen zeggen dat het werk op de één of andere manier niet past bij de persoon. Ofwel niet bij de motivatie van de persoon, soms ook niet bij de capaciteiten van de persoon, maar op de één of andere manier past het niet. 

En op de één of andere manier wordt dat niet opgemerkt. Of wordt het wel opgemerkt, maar wordt er niet op gereageerd. 

ANGELA:   Door de persoon zelf of door…?

TOM:  Door de persoon zelf en door het bedrijf. Door allebei eigenlijk. Ja, eigenlijk zou je kunnen zeggen dat we in onze maatschappij ontzettend leren om oogkleppen op te doen. Om door te gaan met het bereiken van doelen die nu eenmaal zijn vastgesteld. We leren ontzettend goed om door te zetten, maar we leren niet zo goed om te reageren op nieuwe omstandigheden. Om je aan te passen, om doelen los te laten en om nieuwe doelen vast te zetten en ook die doelen flexibel te hanteren. Dat zijn vaardigheden die we veel minder leren. En dat geldt dus inderdaad op individueel niveau voor mensen, dus werknemers. Maar het geldt ook voor bedrijven. 

Ook bedrijven zie je vaak gefixeerd op doelen waardoor ze onvoldoende open staan voor nieuwe ontwikkelingen. Gelukkig bestaan er een aantal hele goede bedrijven die laten zien dat dat ook anders kan. Ik denk bijvoorbeeld aan DSM, die van staatsmijnen tot een heel innovatief chemisch bedrijf zijn ontwikkeld. En Philips, van een gloeilampenfabriek naar instrumenten voor medische zorg. Er zijn veel bedrijven die dat gelukkig ook wel heel erg goed doen. Maar bij kleinere bedrijven en bij afdelingen zie je toch vaak dat de doelen heel erg voorop staan en die kwartaalcijfers dat die alles overheersend zijn. 

ANGELA: Is dat dan ook de reden waarom we obsoletie laten gebeuren? Dat we zo gericht zijn op het behalen van doelen en zodat je het niet door hebt wat er echt gebeurt? Dat we daarop geen keuzes maken? 

TOM:  Ik denk dat dat een belangrijke factor inderdaad is ja. Dat we onvoldoende open staan voor nieuwe ontwikkelingen, onvoldoende feeling hebben met hoe het eigenlijk gaat. Ik zie dat in de loopbanen van mensen vaak terugkomen. En het is ook heel begrijpelijk. Mensen hebben nu eenmaal vaak een gezin en een hypotheek waar nogal veel van afhangt. Als je een baan hebt, dan vereist het ook heel veel moed om dat los te laten. En mensen worden daar ook niet in aangemoedigd. Wat er vaak ontbreekt is dat mensen dat ook niet leren. Het leren kijken bijvoorbeeld naar wat er allemaal mogelijk is en het leren kijken naar de toekomst. 

Ik zit terug te denken aan onderzoeken die ik gedaan heb, bijvoorbeeld in de bankwereld en in de metalektro. Een voorbeeld dat me te binnen schiet dat is van een werknemer die werkte in een bepaalde hal. Hij had zelfs nooit de nieuwsgierigheid gehad om eens een kijkje te nemen in de naastliggende hal. Er was daar een oranje deur en hij was die deur nooit door geweest. Ik vond dat onvoorstelbaar, dat je jarenlang…Ik geloof dat hij 12 jaar of zo daar werkte, nooit de nieuwsgierigheid had om die andere deur eens door te gaan. Ik vind dat een symbool van hoe dat toch met veel mensen gaat. Ik heb met veel mensen gepraat over loopbanen, mensen houden vaak hun ogen een beetje gesloten naar de wereld toe en naar vacatures toe, naar andere bedrijven toe. Zelfs naar die andere hal toe binnen het eigen bedrijf.

ANGELA: Je zou denken, juist omdat het een oranje deur is, mensen willen weten wat daarachter gebeurt. Net zoals bij een rode knop. Ik moet mezelf dan altijd bedwingen om niet op die rode knop te drukken. 

TOM: Ja, dat heb ik ook altijd wel een beetje. Maar dat heeft dus niet iedereen. Dat heeft ook allerlei achtergronden, want waarom zijn mensen zo weinig nieuwsgierig? Waarom kijken ze niet naar de toekomst? Dat is omdat ze vaak bewust of onbewust een klein beetje bang zijn voor die toekomst. Bang zijn om hun identiteit die ze hebben opgebouwd, de vastigheid die ze voelen, de zekerheid die ze ontlenen aan bepaalde status of aan een bepaalde beroepsnaam kwijt te raken. Zodra je gaat nadenken dat het anders zou kunnen, kan dat ook meteen een beetje angst oproepen. Die identiteit is voor veel mensen toch heel belangrijk. Ook omdat die identiteit vaak een beetje rigide is.

Waar we het in ons voorgesprekje al even hadden, dat het vaak op school al misgaat. Dat er op school vaak al druk wordt uitgeoefend op leerlingen om een keuze te maken. De ouders die leggen druk en de decaan legt druk en de overheid legt druk van: weet je het nou al? Dus op een gegeven moment gaan die leerlingen iets “kiezen” en dan zeggen ze: “ja, nu weet ik het. Of zeg ik dat ik het weet. Ik zeg dat ik dokter wil worden, of ik wil piloot worden of wat dan ook. Op dat moment hebben ze het gevoel, nu ben ik er vanaf. Nu hoef ik niet meer na te denken, nu hoef ik niet meer rond te kijken, nu hoef ik niet meer naar open dagen, nu hoef ik niet meer met de decaan te praten. En dat geeft een gevoel van rust wat op een gegeven moment prettig aanvoelt. En alles wat dat gevoel van rust een beetje ondergraaft dat wordt in zekere zin bedreigend ervaren.

Dus die leerling die leert om dat soort vragen af te weren. Je zou kunnen zeggen, zich vast gaat klampen aan die voortijdig gekozen identiteit of dat voortijdig gekozen beroep. Het tragische is dat ze zo goed leren om informatie af te weren die daar niet mee in overeenstemming is, dat het vastklampen steeds rigider wordt. Voordat je het weet kan dat tot je midlife crisis duren. Of nog tragischer is als het duurt tot je laatste levensperiode, dus als je met pensioen gaat. En het is heel tragisch dat er een behoorlijk aantal mensen is wat dan op dat moment zegt: ik heb eigenlijk een leven geleid wat ik niet wilde en dat komt omdat ik toen gekozen heb, met die druk van die ouders bijvoorbeeld, tot een bepaald beroep wat me nooit echt bevallen is…Maar ik heb nooit de moed gehad om me dat af te vragen en om iets anders te overwegen. Nu zit ik met de gebakken peren, in de zin dat ik een beetje ongelukkig terugkijk op een leven wat ik voor mijn eigen gevoel vergooid heb. Ik heb niet mijn eigen leven geleid. Dus dat is heel tragisch als dat gebeurt. Dat gebeurt in een toch behoorlijk aantal gevallen. 

ANGELA:   Dat doet me ook denken, ik was een paar weken geleden bij de HAN. Ik liep daar één van de schoolgebouwen binnen en toen waren er twee meisjes die echt uitbundig naar buiten sprongen en zeiden: “oh wat ben ik blij, hierna hoef ik echt nooit meer naar school. Dit was mijn allerlaatste schooldag.” En ik dacht alleen maar dat ik me dat nog goed kon voorstellen. Dat had ik ook toen. Want je denkt, ik ben klaar met school, ik hoef nooit meer. Godzijdank! Aan de andere kant dacht ik ook, best wel tragisch dat je daar dan zo op terugkijkt. En naïef eigenlijk ook dat je denkt: ik ben nu klaar met leren. Dat is wel heel zonde.

TOM:  Ja, en het geeft ook aan dat er een heleboel rare ideeën bestaan over leren. Het idee van leren dat doe je op school en als je daarmee klaar bent dan ga je werken en gebruik je dat wat je geleerd. Het zijn hele rare zwart wit beelden. 

ANGELA: Maar je zegt dus, doordat je al heel vroeg een keuze maakt die invloed heeft op de rest van je leven. Dat als je al op jonge leeftijd een keuze moet maken van, dit is wat ik later ga doen en daarna, ja niks. Dan ben ik gewoon klaar. En stel dat je de verkeerde keuze maakt, waar je helemaal niet blij van wordt dan kun je daar op latere leeftijd wel last van hebben. 

TOM: Ja. Dit soort problemen waar jij mee bezig bent, obsoletie. Daar kan op school al ontzettend veel mis in gaan. Wat jij ook zegt, het idee dat je op school een keuze moet maken die je hele leven lang geldig is. Iedereen “weet” dat dat onzin is, maar toch blijft dat idee op de één of andere manier voortleven. Bij veel leerlingen inderdaad, maar zelfs ook dus bij veel decanen en veel mensen in de media. Ik heb bij presentaties, bijvoorbeeld, wel eens een sheet gebruikt van een keuzebegeleider die ook geciteerd werd in de pers. “De studiekeuze is de keuze van je leven.” Dit doet me ook denken aan een keer dat ik bij een forumdiscussie was van een aantal mensen over de arbeidsmarkt. Bestaande uit een aantal hotemetoten uit het bedrijfsleven maar ook uit de politiek, wethouder en een manager en noem maar op. Allemaal vertelden ze over hun loopbanen. Dat ze geen van allen op dit moment deden waarvoor ze waren opgeleid. Het waren flexibele mensen die zich flexibel hadden ontwikkeld. Maar toch bestond bij alle mensen in dat forum het idee dat leerlingen in het onderwijs betere keuzes moeten maken. Dat de problemen op de arbeidsmarkt opgelost zouden worden als leerlingen een betere studiekeuze zouden maken en een beroep kiezen wat echt bij hun past. Dus zelfs bij die mensen die uit eigen ervaring weten dat loopbanen doorgaans toch grillig verlopen en dat dit ook heel goed kan zijn, zitten toch nog vast aan het statische idee: je kiest een beroep en dat blijf je je hele leven doen. 

ANGELA: Maar hoe maken we dan betere keuzes? Hoe kun je op zo’n jonge leeftijd dan die betere keuzes maken? 

TOM: Nou, ik denk dat het heel belangrijk is dat leerlingen leren te exploreren. Dat ze leren te verkennen en juist leren om zich niet vast te klampen aan een keuze. Leerlingen die zogenaamd gekozen hebben daarin niet aan te moedigen. Er wordt nu gezegd, nou wat goed dat je het weet en ga zo door. En wat veel te weinig gebeurt is dat een decaan of een keuzebegeleider kritische vragen stelt. Bijvoorbeeld, hoe weet je nou eigenlijk dat je fysiotherapeut wilt worden? Waar is dat gevoel van zekerheid aan ontleend? En heb je wel naar andere dingen gekeken? En zou je iets anders niet net zo goed kunnen? Met anderen woorden wat in het onderwijs denk ik zou moeten gebeuren, is veel meer het aanmoedigen van exploreren en minder het aanmoedigen van het maken van keuzes. Meer het stellen van kritische vragen en minder dat fuikidee van je moet die en die kant op. 

Het onderwijs is nu nog heel erg ook ingericht op basis van hele oude ontwikkelings-psychologische ideeën. Bijvoorbeeld, dat op je 12eongeveer je niveau zou vaststaan. En dan word je voorgesorteerd naar een VMBO of naar HAVO of VWO. Dus dat is een heel oud idee. Dat op je 12eje schedel niet meer groeit. Dat dan je capaciteiten volgroeid zouden zijn en dat je op dat moment weet wat je niveau is. De wetenschap heeft allang aangetoond dat dat onzin is. En jij hebt dat ook al aan den lijve ervaren. Maar dat onderwijsgebouw is daar toch nog een beetje op ingesteld. Net alsof je op je 14eje beroep zou kunnen kiezen in het beroepsonderwijs. Dat zijn allemaal toch een beetje rare ideeën. Er valt in dat opzicht nog heel veel te doen. 

ANGELA:  En wat als je het dan niet weet? Dat heb ik in de praktijk ook veel gezien, dat er jongeren zijn, trouwens niet alleen jongeren, maar ook volwassenen die het gewoon ook niet weten. Wat kunnen zij doen?

TOM:  Wat je denk ik het beste kunt doen, is jongeren in ieder geval geruststellen en zeggen dat het helemaal niet zo gek dat je het nog niet weet. Je brein zal zich nog heel lang blijven ontwikkelen en je vermogens om je loopbaan te overzien. Je kunt niet verwachten dat je dat goed zult kunnen voor rond je 25e. En daarna blijf je je ook nog ontwikkelen. De wereld is ontzettend ingewikkeld, dus het is eigenlijk heel logisch dat je het nog niet weet. En wij gaan jou helpen om een voorlopige keuze te maken. Wat is een verstandige manier om je de komende tijd te gaan ontwikkelen? En niet dat je daarmee je hele loopbaan gaat vastleggen, maar we gaan gewoon kijken, wat is nou een strategische basis voor jou in jouw geval? Dat gaan we samen met jou bespreken. En als je het helemaal niet weet dan zijn we ook niet te beroerd om jou een advies te geven. 

Veel professionals en decanen durven dat nu niet meer, advies geven. Het is een beetje taboe geraakt omdat het idee is dat leerlingen zichzelf moeten sturen. Maar ja, het zou veel beter zijn denk ik als leerlingen aangemoedigd worden. Het is logisch dat je het nog niet weet. Je gaat rondkijken, je gaat verkennen. Wat wij jou gaan leren, is gesprekken te voeren met mensen om te achterhalen wat ze eigenlijk doen in hun werk. We gaan je leren rond te kijken, de durf te hebben om in een bedrijf de drempel over te stappen en daar rond te kijken en vragen te stellen. We leren je om eens met instrumenten in je handen te voelen en hoe dat nou voelt. Op die manier leren we je rondsnuffelen en om mind full te zijn door te observeren en om te verwerken hoe je dat ervaart. Om te voelen wat je voelt. Daar hebben we ook oefeningen voor. Om open te staan voor wat erin jezelf gebeurt en wat er in de wereld gebeurt. Dat zijn dingen waar je je hele leven lang plezier aan zult hebben. Zo ga je geleidelijk aan ontdekken wat voor jou werkt. 

Je leert om geleidelijk aan je draai te vinden in de wereld. Verwacht niet dat dat gelukt is rond je 25e. Het kan misschien nog best langer duren, rond je 30e. En ook dan ben je nog bezig met het verkennen. Maar je zult wel het idee hebben dat je geleidelijk aan dichterbij komt bij wat goed bij jou past. Je gaat jezelf ontwikkelen, je gaat je vaardigheden ontwikkelen die je nu nog helemaal niet kent. Dus op die manier leer je leerlingen om open te staan voor de toekomst. En zo heb je meer kans om af te komen van dat rare idee dat je in je jeugd zou moeten gaan kiezen wat je de rest van je leven gaat doen. Dat is echt een idee wat paste bij de maatschappij van vroeger. Toen was het ook logisch dat je vroeg koos. Dan kon je een voorsprong opbouwen op andere mensen door snel te leren, je snel te specialiseren. Op die manier kon je een ambacht leren en daar goed in worden en daar kon je lang plezier van hebben. Maar dat model is nu obsoleet geraakt.

ANGELA:  Maar het is dus ook dat je leert dat het oké is om je bedenken. Om erachter te komen van ah, dat is toch niet wat ik wilde. Of dit is toch niet helemaal wat bij me past. 

TOM: Ja klopt. En nu leren leerlingen dat niet en als vervolg daarvan raken ze snel ontmoedigd als op een gegeven moment iets niet gaat zoals ze dat vooraf bedacht hadden. Dat droombeeld, ik had toch de goede keuze gemaakt, dat valt dan in duigen. Nu reageren leerlingen daar nog vaak op door diametraal iets anders te gaan doen. Terwijl het veel beter is om voort te bouwen op die voorlopige keuze die je gemaakt hebt en op die manier geleidelijk aan dichterbij je interesses te komen. Maar ook geleidelijk aan expertise op te bouwen. Dus wat je eigenlijk zou moeten leren, is dat je een richtingsgevoel ontwikkeld en daar blijf je trouw aan. Een commitment aan waarden, maar een flexibiliteit in doelen. 

Je leert bijvoorbeeld dat je waarde hecht aan gezondheid en gezondheidszorg en nou, dan heb je al een voorlopig doel gesteld om arts te worden. Maar dan merk je dat het doel toch eigenlijk helemaal niet past, het is bijvoorbeeld te moeilijk voor je. Nou dan ben je flexibel in dat doel en dan ga je fysiotherapie doen.  Dat is misschien een meer bereikbaar doel voor jou. Of dat past misschien meer bij je praktische belangstelling. Misschien merk je ook wel dat je eigenlijk niet tegen bloed kan. Dan kun je zeggen, ik blijf wel trouw aan het doel van gezondheid, maar dan ga ik bijvoorbeeld zoeken in het gebied van coaching bij gezondheid, of voorlichting op het gebied van gezondheid. Zo kun je wel trouw blijven aan je waarden, maar ben je flexibel in je doelen. Daar zouden we bij jongeren een soort basis voor moeten leggen. 

ANGELA: Jongeren hebben ook nog wel ruim de tijd om te ontdekken. Hoe geldt dit dan voor oudere medewerkers die erachter komen van ja, ik moet nu toch wel echt iets anders gaan doen. Of mensen die misschien wel al een tijd in het ziekteverzuim zitten? Dan heb je maar twee jaar de tijd. Hoe kunnen zij dit dan aanpakken? 

TOM: Laat ik vooropstellen dat preventief altijd beter is. Dus als je dit al in het onderwijs aanpakt, dan is dat beter. Maar ook in bedrijven. Waar we net over begonnen, zoals in die bankwereld en die metalektro, dat bedrijven zelf ook vaak een beetje blind zijn voor de signalen die mensen geven over dat er iets misgaat. Dat bedrijven dus veel te weinig die exploratie aanmoedigen. Het voorbeeld van de man met die oranje deur. Dat bedrijf had moeten zeggen van nou, we leiden iedereen hier rond. We stimuleren mensen om bij andere afdelingen rond te kijken, bij hun sollicitatie al. En als mensen een jaar ergens gewerkt hebben dan gaan ze een keer op stage in een andere afdeling. Bedrijven zouden al veel meer moeten stimuleren van dat exploratieproces en het openstaan voor andere mogelijkheden bij hun medewerkers.

Bedrijven zouden ook veel meer kritische vragen aan medewerkers kunnen stellen. Het gebeurt al wel beter nu dan vroeger hoor moet ik zeggen. Dus er zit wel enige ontwikkeling in, maar het is nog steeds in heel veel bedrijven niet gewoon. Denk bijvoorbeeld aan het MKB. Dat een leidinggevende zegt: hoe zie je je hier nou over vijf jaar? Bedrijven zijn nog erg bang om hun goede medewerkers kwijt te raken. Ze stimuleren die leerprocessen vaak te weinig, omdat ze dan bang zijn dat mensen gaan vertrekken als ze iets geleerd hebben. 

Laat ik voorop stellen dat het preventieve toch wel heel belangrijk is. En dat daar denk ik verreweg de meeste winst te maken is. Maar als het kalf dan verdronken is en iemand zit dan ziek thuis of iemand komt erachter: ik ben ongelukkig en ik moet iets anders, ja, dan denk ik wel toch een beetje op hetzelfde spoor te kijken van dat exploreren. Dat is toch wel heel erg essentieel. Gewoon dingen uitproberen, kleine stapjes te zetten en te leren voelen of die stappen in de goede richting zijn ja of nee. Je kunt daar hulp bij krijgen. En zeker als het al te laat is en iemand zit in een arbeidsongeschiktheidssituatie, dan is het toch heel goed als mensen een coach hebben of een loopbaanbegeleider die dat exploratieproces ondersteunt. Iemand die ideeën aanlevert, die mensen stimuleert, mensen ook helpt om dingen op een rijtje te zetten en dan keuzes te maken om stappen te gaan zetten. Dat kunnen soms kleine stappen zijn, als ze maar in de goede richting zijn. Zo’n coach kijkt samen met iemand, wat is nou passend en wat heb jij nodig? Bij de één zal dat zijn, solliciteren op een moderne manier. En bij de ander, om een cursus assertiviteit te doen, weer bij een ander kan het een cursus computervaardigheden zijn. Nou ja, noem maar op. Het kan gewoon in allerlei richtingen zijn. 

Nogmaals vooropgesteld, dat preventieve dat lijkt me toch wel heel erg belangrijk. En dat er bij bedrijven een cultuur ontstaat om het normaal te maken, dat loopbanen en toekomstplannen en de visie van het bedrijf op de toekomst, dat dat normale gespreksonderwerpen zijn. Dat is me ook wel eens opgevallen. In mijn ervaring bij de vakbond ook, dat bedrijven vaak ambivalent zijn daarin. Ik herinner me bedrijven, ik zal de namen niet noemen, waarbij eigenlijk iedereen heel enthousiast was over loopbaanontwikkeling en loopbaanbegeleiding. Behalve het topmanagement, omdat daar dan toch een soort kosten-baten afweging erg voorop stond. En onderhuids misschien ook wel die angst om processen die nu goed lopen, te verstoren. Ik zit nu ook het boekje Switch te lezen van Tom Dekker. Dat is onlangs uitgekomen. Hij geeft daar ook een paar hele concrete voorbeelden in. In mijn eigen loopbaanpraktijk ben ik die angst bij mensen natuurlijk ook veel tegengekomen. En dan is beginnen met kleine stapjes dan toch wel belangrijk. Dat als mensen een te romantisch beeld hebben van, ik ga in één klap een hele drastische stap maken. Dat dat vaak toch wel wat moeilijker maakt. Dus klein beginnen dat is toch wel aan te raden. 

ANGELA: Ja, want dan heb je ook meer de tijd, dan kun je positieve ervaringen opdoen, dat geeft ook vertrouwen en dan kun je dat steeds meer gaan uitbouwen. Dat klopt wel ja. 

TOM:  Ja. Het radicale dat bestaat zeker ook hoor. En dat kan ook best succes hebben. Maar ik denk dat je er verstandig aan doet om het wat geleidelijk aan op te bouwen en de stappen niet al te radicaal te zetten. Ook omdat een beetje continuïteit voor je welzijn toch wat beter is, maar ook voor je expertise-opbouw. Wanneer je aan kunt sluiten op wat je geleerd hebt, wanneer je verbanden kunt leggen met vroegere dingen, dan wordt het huis van je expertise wat meer solide. Leren gaat nu eenmaal beter wanneer je voortborduurt op dingen die je vroeger gedaan hebt. Wanneer je heel radicaal switcht dan gooi je ook een boel kennis weg uit het verleden. En dan moet je dingen van nul af aan weer opbouwen. Soms kan dat heel goed zijn, maar vaak is het toch beter om goed te gebruiken wat je vroeger geleerd hebt. 

ANGELA:  Is dat ook wat jij bedoelde met je artikel “use it or lose it”? Dus dat wat je niet gebruikt dat je dat kwijtraakt. Dat dat ook de manier is: te ontdekken wat de vaardigheden die je hebt, maar die je misschien nooit hebt ingezet, meer te gebruiken? 

TOM:  Ja, inderdaad. En nieuwe dingen uitproberen dat helpt om niet te verstenen. Ik heb ook nog allerlei mensen in mijn gedachten die ik ben tegengekomen in mijn loopbaan. Zoals bijvoorbeeld in het onderwijs. Dat verstenen van expertise bij mensen die gewend zijn om hetzelfde verhaal te houden ten opzichte van hun leerlingen of studenten en daar dan ook bekrachtigd in worden. Want ze staan toch wel een niveau hoger natuurlijk dan die leerlingen of studenten. Zij kijken dan met bewondering, als het goed is, naar zo’n docent. Maar het gevaar is dat die verhalen dan heel gauw toch stokpaardjes worden en dat mensen daarin vastroesten. Ook in het onderwijs worden docenten te weinig aangemoedigd om buiten de deur te kijken en om nieuwe dingen te leren. Daardoor raakt de expertise die ze hebben, ja, toch vastgeroest. Dus het stimuleren van het ontdekken van nieuwe dingen, van nieuwe vaardigheden, dat is in allerlei bedrijven en zeker ook in het onderwijs toch wel heel belangrijk. 

Maar ook omgekeerd. De dingen doen die je nooit geprobeerd hebt. Als dat nooit gebeurt dan wordt je vermogen om dat nog te doen ook steeds kleiner. En hoe ouder je wordt des te geringer die vermogens worden. Flexibel blijven dat moet ook gebeuren ergens in je loopbaan. Als je rond je 40eaan het vastroesten bent en je doet er dan niks tegen, dan wordt het op een gegeven moment moeilijker om te keren. En misschien ook wel onomkeerbaar. Dus vandaar ook dat belang om in die middenfase van de loopbaan al vooruit te kijken en open te staan voor nieuwe leerervaringen.

ANGELA: En echt te gaan experimenteren. Gewoon dingen te proberen, kijken wat werkt voor je en wat niet. En dat met hele toegankelijke, kleine stappen te doen eigenlijk.

TOM: Ja. Daar neemt men nog te weinig verantwoordelijkheid voor. De overheid nu een klein beetje meer. Er zijn wat projecten, ook voor loopbaanbegeleiding, voor oudere werknemers. Dus dat is allemaal wel heel goed. Gelukkig dat dat gebeurt. 

ANGELA: Ik zag het laatst ja. Dat ze daar nu echt vol op zitten om dat weer onder de aandacht te brengen. Zoals die gratis loopbaancheck. Dat is echt wel heel positief ja.

TOM:  Ja. 

ANGELA: Ik denk dat dat heel veel mensen helpt.

TOM: Het was nog veel beter geweest als dat eerder was gebeurd. In België zijn ze veel verder daarmee. En trouwens in een heleboel andere landen liggen ver voor op Nederland. Maar het is fijn dat het nu ook in Nederland een beetje van de grond komt ja. 

ANGELA: Nou Tom, ontzettend bedankt voor dit interessante interview.

TOM: Ja, heel graag gedaan. 

 

One thought on “Loopbaan Keuzes Maken | Tom Luken

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Deze website gebruikt Akismet om spam te verminderen. Bekijk hoe je reactie-gegevens worden verwerkt.

Begin typing your search term above and press enter to search. Press ESC to cancel.

Back To Top